Met passie en engelengeduld oude films toegankelijk maken

In het restauratielab van het EYE Film Instituut Nederland worden oude films hersteld en gedigitaliseerd. Sinds kort worden er ook digitale films bewerkt en bewaard. EYE is het nieuwe instituut voor film in Nederland dat bestaat uit het Filmmuseum, de Filmbank, Holland Film en het Nederlands Instituut voor Filmeducatie. In 2006 ontving het (toen nog) Filmmuseum een bijdrage van 35 miljoen euro in het kader van het project Beelden voor de Toekomst voor conservering, digitalisering en ontsluiting van de collectie.

Anne Gant, coördinator restauratie en digitalisering bij EYE, en filmrestaurator Guy Edmonds geven een rondleiding door het onopvallende pand in Amsterdam-Zuidoost bij metrostation Overamstel waar 20 mensen vol passie, en soms met engelengeduld, oude films toegankelijk maken en strategieën ontwikkelen voor de conservering van digitale film. Restaurator Annike Kross laat tijdens de rondleiding zien hoe een film uit het begin van de 20e eeuw digitaal gerestaureerd is.

Hoe werkt het restauratielab?
Anne Gant: “Hier in Overamstel doen we aan chemische restauratie, digitale restauratie en digitale conservering. Sinds kort voegen we ook digital born films toe aan onze collectie. Deze films zijn gemaakt met digitale technieken en worden digitaal aangeleverd.”

Hoeveel mensen houden zich daadwerkelijk  bezig met het restaureren van films?
AG: “We hebben vijf filmrestauratoren en één specialist voor digitale film.”

Het voormalige Filmmuseum beschikt over een enorme collectie oude films. Hoe snel gaat het restaureren en digitaliseren?
AG: “Restaureren is echt handwerk. Het gaat niet snel. We restaureren 165 uur acetaatfilm per jaar en 50 uur nitraatfilm. Digitaliseren gaat veel sneller.”

Hoe bepalen jullie wat er gerestaureerd wordt?
Guy Edmonds: “We krijgen verzoeken van de collectiespecialisten. Een restaurator verzamelt dan alle kopieën van de film en gaat aan de slag. Eerst bekijk je de film, als film en beeld voor beeld en dan maak je een inschatting van wat je nodig hebt om de film te restaureren. Soms moet je de film samenstellen uit verschillende kopieën omdat geen enkele versie compleet of onbeschadigd is. Het eindresultaat is een kopie van de gewenste film in goede staat.”

Is dat een analoge kopie?
GE: “Ja, en die kan dan gedigitaliseerd worden.”

Wat doen jullie met digitale films?
AG: “Digitale films hoeven in principe niet gerestaureerd te worden, maar ze moeten wel geconserveerd worden. Dat is een spannende nieuwe ontwikkeling. We hebben net een nieuwe medewerker aangenomen die zich uitsluitend daarmee bezig gaat houden. Digitale films stellen ons voor nieuwe uitdagingen.”

Wat voor uitdagingen?
AG: “Digitale films worden niet gedefinieerd door hun drager. Je kunt een digitale film niet uit een blik halen, zoals we hier gewend zijn met films die daadwerkelijk op film zijn opgenomen. We hebben te maken met een grote verscheidenheid aan digitale dragers: een digitale film kan op een server staan, op een harde schijf, een usb-stick etc. En je kunt ze voortdurend overzetten. Digitale film vergt een heel andere organisatie van bewaren dan de huidige museologische structuur waarin we werken. Voor ons is dat nieuw, we zijn nog heel erg gewend om te denken dat een film uit bijvoorbeeld vijf blikken bestaat die op een bepaalde plank liggen. We zijn nu druk bezig een nieuwe structuur voor digitaal materiaal op te zetten.”

Hoe bewaren jullie digitale films?
AG: “We hebben een roadmap gemaakt voor de migratie en opslag van digitaal materiaal. Digitale dragers verouderen snel. We bewaren nu alles op LTO-tapes. We zijn net begonnen met het gebruik van LTO 5, de nieuwste generatie LTO-tapes. Op één LTO 5 band past 1,5 terabyte aan gegevens. De tapes zijn een veiliger opslagmedium dan harde schijven. Ze zijn trouwens niet speciaal voor musea en archieven ontwikkeld. Banken, ziekenhuizen en andere grote organisaties gebruiken ze ook. We vervangen ze elke vijf jaar.”

Is het moeilijk om aan digitale films te komen?
AG: “Eigenlijk niet. We krijgen veel nieuw materiaal aangeboden, zowel analoog als digitaal. We werken samen met een paar filmmakers zoals Pim de la Parra en Olof Seunke. Zij geven ons al hun materiaal om te bewaren. Daar zijn we ontzettend blij mee omdat we dan vanaf het begin over complete films beschikken, inclusief negatieven in het geval van analoge films. Ook nieuwe filmmakers die net zijn afgestudeerd aan de Filmacademie doen dat. Op die manier krijgen we ook steeds meer digitale films.”

Wat is eigenlijk het verschil tussen digitale restauratie en digitaal conserveren?
AG: “Digital born films, dus films die digitaal zijn gemaakt, verkeren meestal in goede staat. Die hoeven niet gerestaureerd te worden. Oudere films, die op film zijn opgenomen, kunnen met digitale technieken gerestaureerd worden. De beschadigde fragmenten worden ingescand, gerepareerd en dan weer op film overgebracht. Op deze manier is de film J’accuse gerestaureerd.”

J’accuse is een antioorlogsfilm uit 1919 van 170 minuten. Het Filmmuseum beschikte over de enige gekleurde kopie van de film. In het kader van Beelden voor de Toekomst is deze kopie gerestaureerd en gedigitaliseerd. Annike Kross is één van de restauratoren die aan J’accuse heeft gewerkt. Ze laat zien hoe ze met het computerprogramma Diamant elk beeld van de film, die in 2009 tijdens het Holland Festival in de Amsterdamse Stadsschouwburg in première ging, heeft bewerkt om onder meer bacteriën, scheuren, stof en vervormingen weg te werken.

Diamant is een geavanceerd programma. Kun je dat niet gewoon z’n gang laten gaan?
Anne Gant: “Elke beeld heeft z’n eigen dynamiek. Je kunt niet één goed beeld waar je weinig aan hoeft te restaureren veertig keer gebruiken in een scène. Dan krijg je een statisch effect. Je ogen zien veel meer dan de computer.”

Als je een film op die manier restaureert, creëer je dan meer materiaal?
Annike Kross: “Qua omvang verviervoudigt de film. In totaal was deze film, inclusief de bewerkingen, 2 terabyte groot. Je hebt heel veel opslagruimte nodig. Gelukkig is opslagruimte wel veel goedkoper geworden. Vijf jaar geleden moesten we voor een ander restauratieproject nog opslagruimte lenen bij een andere organisatie.”

Betekent dit dat jullie nu veel meer films digitaal kunnen restaureren?
AK: “Films opslaan is inderdaad geen probleem meer, maar tijd wel. Ik ben met J’accuse meer dan een half  jaar bezig geweest en toen was het nog lang niet af. In totaal zijn we twee jaar bezig geweest. Tegenwoordig outsourcen we het digitaal restaureren van langere films. Dat wordt nu onder meer in India gedaan.”

Gaan jullie ook verhuizen naar het nieuwe gebouw van EYE aan het IJ?
Anne Gant: “Wij blijven hier. Het nieuwe pand is meer voor publieksactiviteiten bedoeld. Bovendien hebben we een nitraatvergunning voor dit pand en een nitraatkamer. Een nitraatlvergunning is iets bijzonders. Het restauratielab is de enige organisatie in Amsterdam die met nitraat mag werken. We kunnen niet zonder nitraat. EYE heeft ongeveer 13.000 nitraatfilms en een collectie van 2.000 blikken met nitraatfilms die nog geïdentificeerd moeten worden.” (Zie ook het Backstage-artikel over de nitraatbunker in Overveen).

Wat gebeurt er met de films die tot nu toe zijn gerestaureerd en gedigitaliseerd?
AG: “We hebben onlangs de film Rose of Rhodesia online gezet. We willen nog meer films online zetten en het publiek uitnodigen om films te voorzien van commentaar en tags. We zouden het ook geweldig vinden als mensen hun persoonlijke ervaringen met ons willen delen. We hebben bijvoorbeeld uniek filmmateriaal over de repatriëring van mensen uit voormalig Nederlands-Indië. We zouden graag willen weten wie er op die beelden te zien zijn.”

Marie-José Klaver

Geschreven voor Beelden voor de Toekomst.

Creative Commons Licentie
Dit artikel van Marie-José Klaver is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Unported licentie.

Dit artikel is geplaatst in beelden voor de toekomst, ontsluiting en getagged met , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.